Anaximenes van Milete werd geboren in het jaar van de zonsverduistering die Thales voorspeld had: in 585 voor de gewone jaartelling. Hij was een natuurfilosoof en sterrenkijker, met een pantheïstische opvatting van god.

Anaximenes en de Perzische koning

Van de Miletische filosofen was Anaximenes de minst innovatieve. Dat valt hem misschien niet te verwijten, want hij ging gekweld onder de dreiging van de Perzische koning die op dat moment op Milete aasde. Zo schreef Anaximenes in een brief aan Pythagoras: “Je mag je gelukkig prijzen dat je naar Italië bent gegaan; de mensen in Croton mogen je graag en in Sicilië komen ze ook in grote getale naar je luisteren. Hier worden we bedreigd door de Perzische koning. Hoe kan Anaximenes zich nou rustig wijden aan het observeren van hemellichamen als hij gekweld wordt door het schrikbeeld van dood of slavernij?”

Natuurfilosofie van Anaximenes

Anaximenes nam een filosofische positie in tussen Thales en Anaximander. Hij zag lucht (en dus niet water of het apeiron) als oermaterie van het heelal. Lucht: even onvatbaar als het transcendentale apeiron van Anaximander, maar toch één van de vier materiële elementen. Volgens Cicero heeft Anaximenes gezegd: ‘De lucht is god.’ En over lucht meende Anaximenes het volgende:

  • Het Universum bestaat uit lucht en is onderhevig aan twee natuurlijke processen: verdunning en verdichting.
  • Vuur is lucht in zeer verdunde vorm; wolken, water, modder, aarde en zelfs steen bestaan uit lucht in verschillende stadia van verdichting.
  • Omdat de diverse natuurelementen alle van dezelfde stof zijn gemaakt, verschillen ze wel kwalitatief, maar niet kwantitatief.
  • Verdunning produceert het Warme (het vuur) en verdichting het Koude (het water); dientengevolge zijn Warm en Koud geen oorzaken maar gevolgen van de transformatie van de lucht.

Anaximenes als pantheïst

Anaximenes lijkt dus een pantheïst. Alles wat wij zien, alles dat zich om ons heen bevindt, is slechts een verdikking of verdunning van het goddelijke. Wat hem tot slot nog van betekenis maakt, is dat hij hiermee veronderstelde dat er één materiële stof is die ten grondslag ligt aan alles in het heelal. Deze opvatting wordt ook wel materieel monisme genoemd. Het is een afwijzing van het dualisme dat later ook de christelijke filosofen zou kenmerken: zij maakten een onderscheid tussen het materiële en het spirituele, tussen stof en geest.