Selecteer een pagina

De Noodzaak van moreel en politiek secularisme, Paul Cliteur

De scheiding van moraal en religie

Paul Cliteur schrijf dat Europa zich van andere culturen of beschavingen onderscheidt door één belangrijke waarde of ideaal in het bijzonder – het secularisme. Dit is een faciliterende conditie voor het vreedzaam samenleven van haar inwoners. Desalniettemin staat, volgens Cliteur, juist die waarde onder druk, omdat zij “ in vergetelheid is geraakt of wordt onderworpen aan oppervlakkig kritiek.” Een pleidooi voor een revitalisatie van het Europees secularisme volgt.

Als “provisorische” definitie van secularisme geeft Cliteur dit:

“Het gaat om het streven staat en moraal hoog te houden op een niet-religeuze grondslag.”

Cliteur onderscheidt twee elementen die het secularisme haar betekenis geven – terwijl het secularisme meestal in zijn geheel, slechts met één van deze wordt geassocieerd. Dat is het politiek secularisme. Dit is de idee dat de staat zich neutraal verhoudt ten opzichte van religie “in de zin dat de staat niet voor één of meerdere religies kiest als grondslag voor het staatsburgerschap.”

Maar het andere, in vergetelheid geraakte element, gaat verder dan te constateren dat alleen de staat zich beter niet op religie kan baseren: “ook de moraal van het individu kan men beter niet legitimeren door te verwijzen naar religie. Het goede is goed in zichzelf en niet omdat het door God of door goden wordt voorgeschreven. Het ijveren voor de verbreiding van dit inzicht is dan moreel secularisme. Politiek secularisme bepleit dus de scheiding van staat en religie; moreel secularisme bepleit de scheiding van moraal en religie.”

Europa heeft een belangrijke bijdrage geleverd aan het ontwikkelen van dit moreel en politiek secularisme. Een revitalisatie van secularisme is belangrijk voor de 21ste eeuw, omdat religieuze pluriformiteit zal toenemen en secularisme mogelijk maakt dat mensen met verschillende religieuze achtergronden kunnen samenleven en dit proces in goede banen kan leiden.

~

Cliteur verwijst naar de Paulus’ Brief aan de Galaten “waarin Paulus zegt dat ‘door het geloof’ en ‘in Christus Jezus’ wij allen ‘kinderen van God’ zijn: ‘(…) want door het geloof en in Christus Jezus bent u allen kinderen van God. U allen die door de doop één met Christus bent geworden, hebt u met Christus omkleed. Er zijn geen Joden of Grieken meer, slaven ofvrijen, mannen of vrouwen – u bent allen één in Christus Jezus. En omdat u Christus toebehoort, bent u allen nakomelingen van Abraham, erfgenamen volgens de belofte.’”

Kortom: in de verscheidenheid van volkeren is er één zaak die ons allen deel doet uitmaken van “die ene morele gemeenschap die alle mensen verbindt”. Het is de universaliteitspretentie van het christelijk geloof, die in potentie alle mensen zou kunnen verbinden. Echter, zo constateert Cliteur, dat is niet gebeurd en enkel op Europese bodem heeft het Christendom wortel geschoten. Cliteur is, met goede redenen, sceptisch dat ooit alle mensen zich kunnen verbinden in deze versie van de universele morele gemeenschap. Waarom? “Eigenlijk om de louter pragmatische reden dat de ontwikkeling van Europa een andere kant is uitgegaan dan de ontwikkeling van de Oriënt.” Er zijn verschillende opvattingen ontstaan over wat ons allen in moreel opzicht verbindt.

“Je kunt dus wel, zoals Paulus doet, bepleiten dat het universalistische perspectief dat Europa (of de rest van de wereld) nodig heeft het christendom is. Tegelijkertijd is het niet erg realistisch te verwachten dat dit zal verwezenlijkt worden. Veel realistischer is het, te verwachten dat de pluriformiteit die Europa tegenwoordig kenmerkt (en die geleidelijk aan gegroeid is sinds de 16e en 17e eeuw) er is en zal blijven. De vrijheid van godsdienst en vrijheid van expressie en andere grondrechten die we hier kennen, zullen ertoe bijdragen dat die pluriformiteit gehandhaafd blijft en zelfs verder wordt vergroot.” Wat zijn hiervan de consequenties?

~

Paul Cliteur overpeinst de Bos-atlas die hij op zijn middelbare school bestudeerde. Daarin stonden in bepaalde kleuren de verschillende talen die wereldwijd worden gesproken; en op een andere kaart in andere kleuren de verschillende religies. Toch is er veel te zeggen over deze twee kaarten. Zo valt het te verwachten dat men inderdaad Frans in Frankrijk spreekt, maar is iedereen in dat gebied katholiek, zoals staat aangegeven? “In Frankrijk wonen tenslotte ook protestanten en tegenwoordig ook veel moslims.” Met de huidige ontwikkelingen, zal hoe langer hoe meer misleidend een dergelijke kaart zijn. “Europese samenlevingen, zo kan men constateren, zijn diepgaand ‘veelkleurig’ geworden.”

Andere gebieden, zoals Saoedi-Arabië, zijn niet ‘veelkleurig’ geworden – maar juist meer van één kleur. “multicultureler. Het Midden-Oosten wordt steeds meer homogeen, Europa heterogeen.”

“Dat gegeven van een monoculturele Oriënt en een multicultureel Europa heeft enorme consequenties voor de waarden die we in Europa zullen moeten omarmen om het samenleven onder condities van religieus verschil mogelijk te maken. Dat klemt des te meer omdat religie zich tegenwoordig niet van zijn meest vreedzame kant laat zien.”

De groeiende betekenis van radicale religiositeit

Paul Cliteur haalt nu drie voorbeelden aan om te laten zien wat hij daarmee precies bedoelt. Eerst de ‘Underwear Bomber’ die op een vlucht naar Detroit een mislukte aanslag pleegde.

“Iemand die zich voor de legitimatie van het geweld dat hij wil plegen beroept op de godsdienst van de islam is een mooi voorbeeld van iemand die niet het principe onderschrijft van wat ik hiervoor moreel secularisme heb genoemd. Moraal is voor zo iemand altijd in de goddelijke wil gefundeerde moraal. En die religieuze taal is niet een soort poëtische uitdrukking van zijn gevoelens, maar hij meent wat hij zegt.”

Dergelijke legitimering van geweld komt ook voor bij de eerste monotheïstische godsdienst, het jodendom. “De din rodef is de religieuze verplichting om een Jood te doden wanneer deze de eigendommen of het leven van andere Joden in gevaar brengt. Wie op die manier ‘vervloekt’ is, is min of meer vogelvrij, en een prooi voor religieuze fanatici.” Hier is Jitzhak Rabin in 1995 het slachtoffer van geworden.

En uiteraard passeert ook het christendom de revue. De abortusarts George Tiller had al 2 aanslagen op zijn leven overleefd toen de derde fataal werd. De aanslagpleger beriep zich op een ‘morele rechtvaardiging’: het verdedigen van onschuldig leven.

~

“Nu kan in mij voorstellen dat bij sommigen de reactie opkomt dat het hier om ‘incidenten’ gaat. Dat is juist. Het gaat om incidenten. Maar als de politicoloog Eric Kaufmann gelijk heeft, dan gaat het wel om incidenten die we serieus moeten nemen omdat niet – zoals het vaak wordt voorgesteld – de religieuze gematigdheid in opkomst is, maar het religieus fundamentalisme.” Volgens Kaufmann ligt de reden voor de hand: Fundamentalisten krijgen meer kinderen dan niet-fundamentalisten – en ze zijn niet te overtuigen van hun ongelijk. Ook Mark Steyn poneert een verwante stelling.

“Stel, zij hebben gelijk” boomt Cliteur “ en fundamentalistische interpretaties van de godsdienst komen er steeds meer, en fundamentalisten krijgen demografisch gezien de overhand op de ‘gematigden’: wat zou dat betekenen voor de waarden die we in Europa moeten onderschrijven?”

Dan is de oplossing van Paulus: we moeten allemaal christelijk worden, dán hebben we weer “één gemeenschappelijk perspectief.” Dit lijkt Cliteur niet realistisch: “Europa is ten diepste pluriform en multireligieus. We zullen dus moeten samenleven; tegen de achtergrond van een toenemende ‘fundamentalisering’ van de godsdiensten.” De verschillende op religieuze leest geschroeide aanslagen zijn voorbodes van meer conflicten die we te verwachten hebben.

Cliteur: “Naar mijn idee zou het onder die omstandigheden wenselijk zijn dat de Europese bevolking leert om zijn ethiek en politiek niet te baseren op de waarden van één godsdienst (want de godsdiensten houden ons verdeeld), maar dat men zou leren om gemeenschappelijke waarden te baseren op iets algemeen menselijks. Dat komt dus in feite neer op het ideaal van het moreel secularisme. In feite komt het voor de publieke sfeer neer op een ontkoppeling van religie en moraal.”

Dat secularisme speelt niet alleen op het terrein van het individu maar ook van de staat. En de staat en het individu kunnen een symbiose aangaan: de staat kan door het cultiveren van de waarde van het politiek secularisme aan het individu tonen dat niet-religeuze deugdzaamheid mogelijk is; het individu kan met moreel secularisme een voorbeeld zijn voor de staat.

Er zijn 5 manieren, volgens Paul Cliteur, waarop de staat zich tot religie kan verhouden.

  1. De staat kan principieel elke vorm van religiositeit verwerpen. Zo heeft de Sovjet-Unie dat gedaan: Religie is maatschappelijk schadelijk en dus is het van belang dat we van religie afkomen. “Het behoeft nauwelijks betoog”, zo schrijft Cliteur, “dat een dergelijke benadering in strijd zou zijn met Europese waarden als vrijheid van godsdienst vrijheid van meningsuiting en andere waarden.”
  2. De theocratie. “Men probeert met geweld en andere dwangmaatregelen de gehele Europese bevolking achter één godsdienst te krijgen. Zoiets is met zekere mate van succes beproefd in Iran.” Europa heeft zich echter in geleidelijke mate van die dwang geëmancipeerd en het is in strijd met diezelfde basale waarden als geschetst onder 1.
  3. De derde mogelijkheid is verleidelijk voor sommigen: de Europese staat kiest voor een Leitkultur van één specifieke religieuze traditie, die niet met dwang maar door vreedzame prediking wordt uitgedragen. Deze vorm is ook, zij het in mindere mate, strijdig met voornoemde beginselen, zoals bijvoorbeeld die van gelijke behandeling. Er is hier ook sprake van discriminatie.
  4. Het vierde model is multiculturalisme. “Het probeert de ongelijke behandeling van model 3 te vermijden door alle godsdiensten op voet van gelijkheid tot onderdeel van het beleid van de staat te maken. Het multiculturalisme probeert eigenlijk van verscheidenheid een nieuwe religie te maken. Maar ook het multiculturalisme heeftschaduwkanten. Daar zijn allereerst het feit dat het nog altijd op discriminatie van een bepaalde positie berust. Die discriminatie is minder pregnant dan bij het idee van de religieuze Leitkultur, maar toch nog altijd aanwezig. Multiculturalisme discrimineert eigenlijk alle religieuze wereldbeschouwingen ten nadele van de niet-religieuze wereldbeschouwingen.” Ook zijn er pragmatische nadelen aan het multiculturalisme: het vergroot alleen maar de tegenstellingen tussen de religieuze groepen.
  5. De religieus neutrale staat is wat overblijft. “De staat zou zich neutraal ten opzichte van godsdienst moeten opstellen. En Europese staatsburgers zouden moeten leren hun publieke moraal beter te legitimeren dan door te verwijzen naar hun godsdienst. Het zou naïef zijn te verwachten dat dit van het ene op het andere moment wordt gerealiseerd. Maar het zou onverantwoord zijn dit grote Europese ideaal niet als voorbeeld voor de toekomst te identificeren.”