De Griekse filosoof Epicurus (341-271 v.d.g.j.) staat aan de voet van het epicurisme. Het Epicurisme is de filosofische stroming die ´genot´ (hêdonê) als hoogst haalbare goed voor de mens ziet. Epicurus is vooral bekend vanwege zijn argument dat god niet tegelijk almachtig, alwetend en al-liefhebbend kan zijn (omnipotent, omnibenevolent, omniscient). Ook is hij bekend van zijn redenering dat het niet logisch is om bang voor de dood te zijn.

Het Epicurisme en genot: doen waar je zin in hebt?

Omdat Epicurus genot als het hoogste goed zag, is hij vaak misbegrepen. Men denkt bijvoorbeeld dat het epicurisme een verheerlijking is van een losbandig bestaan; van wat Plato later het ´begerend deel´ van de geest zou noemen (en ook het minst nobele). In deze opvatting van het epicurisme zou een hoerenloper met een volle maag de gelukkigste man op aarde zijn. Dit is niet wat Epicurus bedoelde.

Ataraxia

Een onverstoorbare gemoedstoestand (Ataraxia) was volgens Epicurus de manier om genot (en dus geluk) te maximaliseren. Deze onverstoorbaarheid kon je alleen bereiken door integer te zijn en lief te hebben en vooral niet te leven in excessen.

Hij schreef in een brief: ´Mijn lichaam is een zoete bron wanneer ik op water en brood leef en ik spuug op de genoegens van een weelderig leven, niet om de genoegens zelf, maar de ongemakken die ze veroorzaken.´ en in een andere: ´Stuur me een stukje kaas zodat ik zo nu en dan kan smullen.´

Wanneer je teveel of te vaak van de genoegens geniet, kun je er afhankelijk van worden. Wanneer je afhankelijk wordt, vermindert dat je ataraxia en je geluk. Het is dus beter om meestal bescheiden te eten en zo nu en dan iets lekkers te nuttigen, dan andersom.

Ataraxia hield ook in dat je je geen zorgen maakt over de dood of de goden; en daarvoor kwam Epicurus met argumenten.

Epicurus’ argument tegen god

Epicurus stelde het zogeheten probleem van het lijden aan de kaak. We zien elke dag een imperfecte wereld om ons heen – veel mensen sterven een pijnlijke dood, of kampen met psychische of fysieke problemen. Het is niet altijd een pretje!

Maar hoe valt dit te rijmen met een god die alles kan, alles weet en het beste met iedereen voor heeft? Als hij alles kan en iedereen lief heeft, kan god dan niet een wereld maken zonder lijden? Je kunt niet zeggen dat hij niet weet dat er lijden is – want dan zou hij niet alwetend zijn.

De empirische werkelijkheid spreekt dus deze eigenschappen van god tegen. God kan niet tegelijk alwetend, almachtig en al-liefhebbend zijn als er lijden is in de wereld. En als hij het lijden niet wil of kan opheffen, waarom zou je hem dan nog god noemen en je zorgen om hem maken?

Epicurus schreef dit argument op een logisch consistente manier op.

Epicurus’ argument tegen de dood

Een ontzettend krachtig argument van Epicurus gaat over de dood. Nog steeds heeft zijn manier van redeneren grote aantrekkingskracht op ons. Het gaat als volgt:

De dood behelst plezier noch pijn

Het enige dat slecht is voor ons, is pijn

De dood is dus niet slecht voor ons

Ter verduidelijking: Epicurus bedoelt met hier met de dood, dat je al dood bent. Het proces van doodgaan kan natuurlijk wel akelig (of pijnlijk) zijn. Het argument is valide en kan eigenlijk alleen aangevallen worden op de tweede premisse: is pijn wel het enige dat slecht is voor ons?

Epicurus stelt zich hiermee niet apathisch op tegenover het leven. Men moet immers bij leve zijn om genot te kunnen ervaren – en genot is het hoogste goed. Als je je niet druk maakt om de irrationele angst voor de dood of goden, kun je beter van het leven genieten. Zo past Epicurus’ argument van de dood perfect in zijn filosofie van ataraxia.